Kunst kan taai, zelfs onwrikbaar zijn. En kunstenaars hebben de mogelijkheid een eigen positie in te nemen, een eigen koers te varen. Sommige kunstenaars doen dat ook. Hoe zijn zij daartoe in staat, nu men er vooral op gebrand is veranderlijk te zijn? Die vraag staat centraal bij ‘Inertie’, een Russisch-Nederlandse tweeluik met tentoonstellingen en symposia, in Sint-Petersburg (2006) en in Amsterdam (2008).
Loskomen van het vooruitgangsdenken en op een alternatieve, nog onvermoede wijze in het leven staan is een bekend Russisch thema. Door 'bewust met de armen over elkaar te zitten' wil de ex-ambtenaar in Dostojevski’s Aantekeningen uit het ondergrondse (1864) de basis leggen voor dat loskomen, en hij noemt dat inertie.
Op een vergelijkbare manier zocht een aantal Russische kunstenaars in de jaren negentig van de vorige eeuw naar alternatieven voor het hyperactieve avant-gardisme dat de kunst in zijn greep had gekregen na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Het avant-gardisme is tot bedaren gekomen en ook in Rusland is kunst inmiddels 'booming business'. Maar deze kunstenaars zijn op hun hoede gebleven.
Wat in Rusland duidelijk naar voren komt, is op verschillende manieren ook bij een aantal kunstenaars in Nederland te zien. Ook zij willen hun bestaan en hun kunst vorm geven zonder met hun werk in te spelen op veranderingen of de actualiteit, noch door die te relativeren. Een basis leggen voor onvermoede mogelijkheden. Vruchtbare inertie. Dit project beoogt die te verkennen en er een bijdrage aan te leveren.
Erik Hagoort